“In augustus 1988 arriveerde ik op Irian als vervangster van zuster Velvis. Ik werd daar verwelkomd door het hele dorp met een bloemenkrans en men zong een lied voor mij. Helaas begreep ik de tekst niet. De vrouw die mij Indonesische  les had moeten geven was er vaker niet dan wel.

Gelukkig kwam daar vlot verbetering in. Zeker  nadat ik verkering kreeg met (student) Yacob Hursepuny. Overigens was niet iedereen blij met die verkering. Verre Naasten vroeg ons om onze geplande huwelijksdatum met een half jaar uit te stellen, wat we ook deden. Er was tijd nodig voor overleg met YAPPER, de organisatie waarvoor ik werkte, namens Verre Naasten. Ik moest vanwege de verkering tijdelijk weg uit Boma en woonde toen een tijd in Maggelum om  vandaaruit mijn werk te doen.

Alleen
Na het vertrek van zuster Velvis  stond ik er helemaal alleen voor. Zeker op medisch gebied. Wel kon ik gelukkig per radio contact opnemen met collega zusters Klok en de Vries. In Boma was de voorraad van medicatie en verbandmiddelen, waarvoor ik ook af en toe naar Merauke moest om bij de overheid nieuwe voorraden te regelen. De eerst keer deed ik dat met zuster Klok. Groot was de schrik van mij en zuster de Vries toen we met z’n drieën in Kawagit waren voor een vergadering en zuster Klok ernstig ziek werd. Tijdens ons verblijf daar sliepen zuster de Vries en ik samen in één huis en zij was de eerste die hoorde dat ik verkering had.

Bruiloft
In januari 1991 trouwden we, twee dagen voor mijn dertigste verjaardag. De mensen uit Boma bouwden een groot bivak voor mijn huis waar het feest gevierd kon worden. Er waren veel mensen die ons hielpen en we hadden een geweldige dag. Ook voor de mensen in Boma was dit heel bijzonder, zij hadden nog nooit zo’n bruiloft gezien. Na ons huwelijk stopte mijn contract bij Verre Naasten, want YAPPER wilde geen getrouwde vrouwen inzetten. Als je mij vraagt is dit wel het mooiste dat ik overhield aan de jaren die ik voor Verre Naasten werkte. Samen met alle herinneringen aan contacten met de mensen daar!”