“Kalimantan Barat, land van de Dayak, grote rivieren en de GGRI. De plek om een Bijbelschool handen en voeten te geven. Land van onze bestemming, uitgezonden door Drachten Z/O. Het wachten op een visum had onze aankomst vertraagd. Toen we er uiteindelijk waren bleek de Bijbelschool uit 3 studenten te bestaan.

Na rondgang onder ouders en gemeenteleden in de GGRI-Kalbar, bleek de wens te leven om een christelijke SMP (Indonesische middelbare school) op te richten, met daarin plaats voor de vakken die nu op de Bijbelschool al gegeven werden.

Heisa onder de westerse betrokkenen
Er volgden rapportages die via de zendingscommissie, de kerkenraad,  Verre Naasten en de adviesraad moeizaam hun weg vonden. Ondertussen meldden de eerste leerlingen zich aan. Maar niet alle leerlingen bleken Gereformeerd te zijn, er waren ook kinderen van Islamitische ouders. Dat paste niet in het beeld van een Gereformeerde school in Nederland. Deze verschillen van visie werden op afstand (tijd, plaats en cultuur) bediscussieerd. De eerste leerkrachten werden aangenomen, het schoolgeld werd bepaald. Vanuit de zendingscommissie werd het vertrouwen uitgesproken en konden we grond kopen en de gebouwen neerzetten; één schoolgebouw en twee internaten. Een moeizame start waarbij samenwerking op allerlei niveaus onder druk kwam te staan.

God zaait en gaat door
Tegelijkertijd ontstond zo een school die anders was, maar beslist ook Gereformeerd. Met de bedoeling om  Gods Woord verder te brengen, om ‘Christelijk leven’ te verbeelden voor de kinderen en de gezinnen  daarachter. Een uitdaging voor Nederland en de broeders en zusters op Kalimantan. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een school die tot op de dag van vandaag (en de situatie is al sterk veranderd met ‘toen’) bestaat. Ik hoop dat de school in samenwerking met de GGRI-Kalbar een zegen mag zijn. God zaait en dat gaat door. Voor mij is dat reden voor dankbaarheid en vertrouwen, God laat niet gaan, wat éénmaal moeizaam begon.”