“Samen met ons tweejarige dochtertje Marlies vertrokken mijn man Peter en ik op 17 januari 1983 naar Irian Jaya (tegenwoordig Papoea, red.). Er gingen veel visumperikelen aan vooraf en toen het visum er eenmaal was, konden we nog nét vertrekken. Ik was inmiddels 6 maanden zwanger van ons tweede kind.”

“We hadden een grondige voorbereidingsperiode achter de rug. We volgden een opleiding bij de Gereformeerde Missiologische Opleiding. Daar leerden we hoe het evangelie doorgang had gevonden op voormalig Nieuw-Guinea. Samen met een aantal andere echtparen die naar diverse gebieden afreisden, doordachten we het leven en werken in een zendingsgebied. We waren dan altijd welkom in het huis en zomerhuis van de familie Blok in Holten. Daarnaast leerden we Indonesisch aan de VU en volgden een leergang hoe te leven in de tropen aan het Tropeninstituut. We waren jong, enthousiast, goed voorbereid en gingen gemotiveerd op weg!

Wennen
Na aankomst was het wel wennen aan het leven in het ‘binnenland’. De warmte, de vaste tijden van zonsopgang en –ondergang, de altijd donkere avonden. Het berekenen hoe je je etensvoorraad op peil moest houden bij instabiele verbindingen. De afhankelijkheid van de regen, het regenwater om te kunnen drinken, koken en wassen. Het altijd opletten waar je loopt i.v.m. de daar verblijvende dieren. De insecten in en om je huis. Het dagelijkse patroon van het huishouden met als vast punt op de dag de radiotijd om 10 uur. Dan werd er radioverbinding gemaakt met de andere zendingsposten.

Donald Duck
Als het watervliegtuig in Kouh moest zijn, kwam ook de postzak mee. Daar keken we altijd naar uit. Het ND en De Reformatie kwamen mee, en de Donald Duck! We waren ook erg blij met de brieven en kaarten die we kregen. Onze ouders schreven met vaste regelmaat en hielden ons op de hoogte van gebeurtenissen binnen familie en kerk. Tussen versturen en ontvangen van post zat als het meezat twee weken. Er was nog geen mail of Facebook.

Brieven schrijven
Toen we wat meer gesetteld waren, zaten we elke zondagavond achter het Boardscript bord (een letterspel, variant op Scrabble, red.). Zo’n potje vroeg zoveel denkkracht, dat het mogelijk was om ondertussen – als je niet aan de beurt was – de wekelijkse brieven naar onze ouders te schrijven.

We schreven wat we meemaakten, hoe we dat beleefden en hoe de kinderen opgroeiden. Af en toe maakten we een rondzendbrief met zwart-wit foto’s voor vrienden en familie. Onze brieven rondden we bijna altijd af met een zinssnede dat we ons in Gods hand wisten.

De betekenis van zondag 10 HC
Twee van onze kinderen zijn in goede gezondheid geboren op het eiland. Tijdens het verlof in 1986 is de jongste geboren. Peter verwoordde zijn reflecties op de gebeurtenissen in gedichten. Zijn Irianese dagboeknotities schreef hij als we op verlof waren. Vol goede moed en bijgetankt, reisden we in weer terug om ons bezig te gaan houden met onderwijs, de gebiedsontwikkeling en de counterpartorganisatie. Het heeft helaas niet zo mogen zijn dat Peter daar de geplande rol in zou spelen. Hij werd ziek en is daar onverwacht overleden. Ik keerde met de kinderen terug naar Nederland en ben na een jaar in Zwolle gaan wonen. Daar groeiden de kinderen verder op en vlogen ze uit. Ze hebben nu allemaal een leeftijd met een drietje ervoor. Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus (HC) heeft een diepe en doorleefde betekenis gekregen.”

HC 10

Vraag 27: Wat verstaat u onder de voorzienigheid van God?

De almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, waarmee Hij hemel en aarde met alle schepselen als door zijn hand nog onderhoudt en zo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, ja alle dingen ons niet bij toeval, maar uit zijn vaderlijke hand toekomen.

Vraag 28: Waarom is het voor ons van nut te weten, dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid onderhoudt?

Opdat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar mogen zijn en in alles wat ons nog overkomen kan ons verlaten op onze getrouwe God en Vader, in de zekerheid dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal, omdat alle schepselen zo in zijn hand zijn, dat zij zich tegen zijn wil niet kunnen roeren of bewegen.