“Een gezin met drie jonge kinderen, familie, vrienden en nog zoveel meer achterlatende, het onbekende tegemoet. De Tris (The Reformed International School) in Indonesië zocht in 1990 een onderwijzer die de vertrekkende leerkracht met zijn gezin moest vervangen. De keuze viel op ons en ons wachtte een geweldig avontuur.

Voor vertrek volgden we taallessen Bahasa bij een oud-zendingsmedewerker. Onontbeerlijk voor een goede start in Indonesië en een goede basis voor de cursussen die wij volgden in Bandung op Java.

Behoeftes

Onze rol op het zendingsveld kun je typeren als para-missionair. De school van de Tris werd bezocht door kinderen van westerlingen die voornamelijk voor de zending in woord en daad werkten. Vele uitgezondenen wisten het Tris-complex te vinden. Als personeel van de Tris waren we ons bewust van de behoefte onder hen. Altijd kon men mee-eten, zijn/haar verhaal kwijt of stoom af blazen. Was er weer eens een feest, dan feestten de bezoekers even hard mee.

Verdeeldheid

Toen wij in 1991 in Sentani op Papoea aankwamen, was de neergang in het zendingswerk al merkbaar. Visa werden moeilijker afgegeven en er was onzekerheid over verlenging van visa en stroeve samenwerking met de lokale kerken. En dan het Papoea volk. In onze contacten met hen, leerden wij hen kennen als open, vriendelijk en humorvol en altijd bereid tot hulp. Het is dan ook pijnlijk om te zien hoe moeilijk zij het hebben nu de Javaanse wals over Papoea dendert. In 2011 keerden we als gezin terug naar Sentani. Wat we aantroffen stemde ons somber. Verdeeldheid in de kerk, een explosief groeiende economie en samenleving in allerlei richtingen, veel nieuwe moskeeën en als reactie daarop: in aanbouw zijnde kerken.

Het zijn zo maar wat impressies van een schitterend avontuur. Het is absoluut onvolledig. Maar we zouden het zo weer doen.”