“Nog maar net op Curaçao, liep ik door het bomvolle stadscentrum en dacht: ‘als mij nu iets overkomt is er niemand die me helpt…’ Een paar jaar later liep ik door het bomvolle centrum van Groningen en voelde me er niet veilig, ‘al die punkers… was ik maar terug op Curaçao’.


Wat deze ervaringen ons brachten is dat je sowieso niet kunt afgaan op huidskleur en het vooroordeel over mensen in je omgeving. Overal zijn mensen die bereid zijn je te helpen, ongeacht hoe ze er uitzien. Die betrokkenheid op de ander is niet rechtstreeks van de buitenkant af te lezen, maar komt vanuit innerlijke motivatie. Maar het kost tijd om die les te leren, om dat je eigen te maken. En dat duurt een leven lang….

Zendingsplaats

Meer dan een generatie terugdenkend, was het voor ons toen een kans om met ons hele gezin alsnog een ‘zendingsplaats’ te bemensen. Het was onze 4e werkplek en we meenden dat we de inmiddels opgedane ervaringen goed konden inzetten op Curaçao. De aan ons verstrekte opdracht sprak ons ook erg aan: ‘ontwikkel daar een vorm van kerkelijk-diaconale hulpverlening voor zowel kerkleden als overige contacten en zoek een lokale counterpart die dit werk op een gegeven moment  kan overnemen’. Beide opdrachten mochten we samen realiseren, Riekje en ik. We waren er voor anderen; soms namen we hen zelfs in huis. We brachten voedselpakketten, gaven advies en hulpverlening aan (veelal) één-ouder gezinnen en verleenden financiële ondersteuning via het JaKa-fonds (microkrediet), waarvan wij het beheer deden. En dat zoveel mogelijk samen met Curaçaose collega’s die uiteraard veel beter zijn ingevoerd in de Curaçaose cultuur en samenleving dan wijzelf. 

Eigen (t)huis

Dat God ons leven heeft veranderd, is zeker waar, hoewel je niet weet hoe het was gegaan als je ‘gewoon’ in Nederland was gebleven. In ieder geval is onze kijk op anderen en de betrekkelijkheid van je eigen culturele omgeving relatief en breder geworden: eigen huis is niet zondermeer goud waard…..”

DE KINDEREN AAN HET WOORD

Tanja: “De periode op Curaçao als basisschoolleerling en brugklasser kan ik omschrijven als relaxed (mama die altijd thuis was en ons overal heen bracht), leerzaam, dankbaar (je kunt ook ergens anders in de wereld worden geboren met minder vanzelfsprekende kansen) en gezellig (een geweldige cultuur en mensen waarmee je veel kunt beleven). Mijn thuis!”

Marieke: “Curaçao…dan denk ik aan vrijheid, veel buiten zijn in combinatie met veel levendigheid van mensen en dieren om me heen…. Dit alles vormde mij natuurlijk tot wie ik nu ben, hoe precies is lastig te zeggen. Ik probeer het leven te nemen zoals het komt, geniet van het goede onder de zon, kom helaas veel te vaak te laat maar geloof toch echt dat er voor alles een tijd is….”

Trinet: “Dat wij zeven jaar op Curaçao woonden, bepaalt zeker hoe we nu in de wereld staan. En ook met name hoe je om gaat met buitenlanders. Ik denk dat het vooral een positief effect had op mij.  Het terug gaan naar Nederland was wel een enorme omschakeling…maar als kind ben je vrij flexibel.”

José: “Zeven jaar wonen op Curaçao verrijkte mijn leven. Vooral de verbondenheid met zoveel verschillende mensen qua achtergrond, cultuur en komaf gaat altijd met me mee. Het leven onder de Curaçaose zon voelt vrijer en is easy going. Ik vind het dapper dat mijn ouders dit avontuur aangingen met vijf kleine kinderen. We blijven zeker terugkomen op het eiland van mijn kindertijd!” 

Heleen: “Toen ik klein was, was Verre Naasten de uitzendende organisatie waarvoor mijn vader ging werken en waardoor we zeven jaar op Curaçao woonden. Wat een heerlijk onbezorgde jeugd had ik daar… Er schiet me opeens een anekdote binnen van vroeger (en ook nu nog):  Ik zong altijd: ‘de kerk van alle tijden, ken slechts één hagedis.’ Toch veel makkelijk dan een heilge dis…? … En nog steeds zing ik dit samen met Sander en onze meiden.”