“Mijn ouders werden vanuit Nederland naar het oerwoud van Papoea uitgezonden. Naar een nog onbekende stam, ver van de bewoond wereld. Mijn vader kreeg de opdracht mee om een dorp te stichten, contacten te maken met de stam en een kerk te bouwen. Ondertussen werd ik geboren en kreeg ik later nog 4 zusjes.

We groeiden met elkaar op in de rimboe, met bijna niks. In die tijd ging mijn vader regelmatig voor  twee weken het oerwoud in. Mijn moeder bleef dan thuis bij de kinderen. Met je familie en vrienden ver weg, was dat voor mijn moeder soms wel eens eenzaam.

De rimboe heeft mij gevormd
In mijn kindertijd leerde ik om tevreden te zijn met wat je hebt. Het was geen luxe leven maar wel een hele vertrouwde en beschermende omgeving. Ik heb er een prachtige tijd gehad in Papoea. Op mijn 8e ging ik naar een internaat. Dat heb ik als een mooie  tijd ervaren ondanks dat ik ver bij mijn ouders vandaan was. Met veel mission-kids heb ik een bijzonder band opgebouwd. Scheldwoorden bestonden niet. Toen wij met het gezin verhuisden naar Nederland was dat een behoorlijke omschakeling. Ik was 13 jaar oud en kreeg voor het eerst van mijn leven scheldwoorden te horen. Ik moest mijn vader vragen wat die woorden allemaal betekenden…Maar ook de drukte in Nederland en de gestructureerdheid was een hele overgang. Daar moet je weer ingroeien.

Vanuit de traditie
Het grote verschil tussen daar en hier is dat wij de mogelijkheid hebben om ons geloof te verbreden op allerlei manieren. Toen ik (met mijn vader, moeder en zus)  in februari 2018 een bezoek bracht aan ons oude dorp, was het bijna schokkend om te ervaren dat er zo weinig veranderd is. Ons oude huis stond er bijvoorbeeld nog, met de spullen er nog in. Er waren wel enkele huisjes bijgebouwd en de meeste boten hebben nu een motor. Maar de dominee predikt nog steeds uit de catechismus. Toen dacht ik:” Houd het toch simpel en vertel de mensen over Jezus!” Als je praat met mensen daar zeggen ze: “Ik geloof in Jezus en God, maar ook een beetje in magie en toverij.”  Dat is een strijd voor deze mensen. Je kunt wel stellen dat er dan nog zeker een slag is te slaan.”