“Ik werd uitgezonden om les te geven aan de Bijbelschool in het plaatsje Boma, midden in het oerwoud van Irian. Dit was een opleiding voor evangelisten / predikanten. Het leek me interessant om Bijbelles te geven aan mensen in een andere cultuur. Het liep allemaal heel anders. De kerken die uit het zendingswerk waren ontstaan, zaten in een overgangsperiode. Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid. Dit zorgde voor veel spanningen en conflicten.

Uiteindelijk gaf ik maar kort les op de Bijbelschool in Boma. In die jaren ging ik enkele keren naar Soemba om les te geven aan de Bijbelschool daar. Aan die bezoeken bewaar ik goede herinneringen. Op Soemba ontmoette ik ook mijn vrouw.

Kinderen van hun tijd
De tijd in het buitenland maakt me erg bescheiden. Hoe kun je in een korte tijd iets begrijpen van mensen die in een totaal andere cultuur leven? Hoe kun je vervolgens iets voor hen betekenen? Het was een periode waarin ik vooral zelf veel leerde. We ontdekten steeds meer dat wij buitenlandse kerken en christenen nodig hebben om samen de liefde van Christus te leren kennen. Ik denk met dankbaarheid aan christenen uit Papoea, Soemba, Brazilië en uit gesloten landen. Mensen uit een bepaalde cultuur. Kinderen van hun tijd, maar vooral kinderen van God. Ik constateer dat ik nu weer anders terugkijk om mijn buitenlandervaring dan vijf of tien jaar geleden. Herinneringen blijven, maar hoe je daar op terugkijkt is aan verandering onderhevig.

Door generaties heen
Achteraf gezien was het ook goed om na een periode in een andere cultuur, weer een tijd in Nederland te zijn. Ik las veel over het ontstaan van de kerk in Nederland. Een periode uit de kerkgeschiedenis met namen als Willibrord en Bonifatius. Dan zie je dat de doorwerking van het evangelie in de levens van mensen een veel langer proces is, door de generaties heen. God is geduldig en trouw en daar word ik blij van.”