“God verandert mensen tot een nieuw leven. Daar waren wij gewoon getuigen van! Mensen die gevangen zitten in hun denken vanuit hun eigen waarde (van stam).  Die eigen stamgenoten liefhebben en helpen, maar ook alleen hen (Matteüs 5:47). Mensen die denken volgens ‘de weg der heidenen’, ‘vervreemd van het leven met God, afgestompt’(Efeziërs 4:17-19), ‘met het zinloze leven dat ze van hun voorouders hebben geërfd’ (1 Petrus 1:18). Dat God zulke mensen bevrijdt met het wonderlijke evangelie en dat Hij de God is die ‘de zon doet opgaan over goede en slechte mensen’, zijn vijanden liefheeft (Matt. 5:44-45), vrijkoopt uit het zinloze leven met het ‘kostbare bloed van Christus, een lam zonder smet of gebrek’(1 Petrus 1:18).

We zagen hoe God mensen verandert tot een nieuw leven. God maakte hun harde harten zacht, we zagen het gebeuren! God deed hun zien hoe heilzaam de verandering door het evangelie is, in de omgang met bezittingen, in het beleven van de seksualiteit, in het zorgen voor de zwakken. Hoe God zo mensen herschept tot ‘gehoorzaamheid aan de waarheid, hun hart loutert zodat ze oprecht en onvoorwaardelijk beginnen lief te hebben, opnieuw geboren uit het onvergankelijke zaad van het woord van God’(1 Petrus 1:22-23).

Betrouwbaar en goed                                                                                                                                        Het was zoeken en tasten om dat evangelie goed te laten spreken en toepassen, maar het was nooit twijfelachtig dat het evangelie van Christus alleen maar goed is. De enige, echte redding. Dat bleek te gelden voor de Papoea’s, en dat hielp ons ook het bijzondere van het evangelie te onderscheiden: het enige wat echt betrouwbaar en praktisch goed is. Daarvan moesten en moeten wij leven. We liepen ook op tegen onze gebreken, maar dat vermindert niet onze dankbaarheid dat we met Gods evangelie mochten meewerken, in woord en daad.”