“Ik ben dankbaar voor alle mogelijkheden die God mij dankzij Verre Naasten gaf. Naast financiële hulp bidden veel mensen voor mij en mijn familie. En moedigen mij aan om mijn best te doen in mijn werk als docent aan de theologische universiteit. Ook word ik gesteund in mijn verdere studie, waarvoor ik drie jaar met mijn gezin in Nederland verbleef. Dat was een geweldige interculturele ervaring voor mij!”

 

“Ik groeide op in het noorden van India, in de stad Dehra Dun. Toen ik bijna vijf jaar was, werd ik opgenomen in het kindertehuis. Mijn ouders maakten zowel medisch als sociaal moeilijke tijden door. Ik woonde er tot mijn 22e. Eens per jaar konden we onze ouders een paar uur ontmoeten in de mango boomgaard achter het tehuis. Dat was voor mij het mooiste moment van het jaar. De scheiding van mijn ouders en het onvermogen om een relatie met hen te ontwikkelen, was een van de moeilijkste dingen van het leven in het kindertehuis. Daar opgroeien was een combinatie van goede en moeilijke tijden, waarin God steeds mijn constante gids was.

 

Mijn Hindoe-familie
Ik leerde de liefde van Jezus Christus kennen in het kindertehuis en werd op mijn 18e gedoopt. Het was de liefde van Jezus voor de verdrukten, wat mij het meest aantrok. Ik kwam uit een Hindoe familie en mijn ouders waren niet blij met deze beslissing. Maar ze maakten geen bezwaar. Mijn ouders maakten zich vooral zorgen dat ik hen en mijn gezinsverantwoordelijkheden als enige zoon zou vergeten als christen. Maar toen ik afstudeerde aan het kindertehuis keerde ik terug naar mijn ouderlijk huis om voor hen te zorgen. Door mijn liefde en zorg voor mijn ouders, kon ik de liefde van Christus delen. Hoewel mijn ouders en ik verschilden in geloof, leefden we als één familie samen en hadden we wederzijds respect voor elkaars geloof. Als mijn vader en moeder thuis tot hun goden en godinnen baden, stond ik op om respect te tonen voor hun overtuiging. En als ik tot Jezus Christus bad, baden ze met mij mee en toonden respect voor wat ik geloof.

 

Studie
Tegenwoordig ben ik – met hulp van Verre Naasten – bezig met mijn promotieonderzoek. Ik werk aan het Presbyterian Theological Seminary (PTS) in Dehra Dun. Dat is een theologische opleiding voor mannen en vrouwen die predikant of evangelist willen worden in India en andere delen van Azië. Ik ben getrouwd met Maria  en samen hebben we twee dochters. Zij zijn in Nederland geboren. Dit jaar vieren Maria en ik ons 10-jarig huwelijksjubileum. God is trouw en goed geweest!

De belangrijkste reden om naar Nederland te komen, was dat ik aan een gereformeerde Theologische Universiteit (TUK) kon studeren. Na mijn bachelor aan PTS, deed ik een master en postdoctorale opleiding theologie aan interkerkelijke universiteiten zonder gereformeerd karakter. Daarom kreeg ik het advies om een studie aan de TUK te overwegen. Studeren in Nederland is heel zelfstandig vergeleken met India, waar de studie sterk steunt op de begeleiding van de leerkracht. In Nederland ontwikkelde ik mijn studievaardigheden. Ik ben mijn mentoren aan de TUK zeer dankbaar dat zij mij hielpen om beide manieren van studeren in balans te brengen.

 

Geloof delen in India
Wanneer het gaat over geloof delen in India, dan vind ik dat de Indiase kerk niet klakkeloos de ‘westerse’ manier moet volgen. De Indiase kerk moet een methode en theologie ontwikkelen, die past in haar context. Kwesties als armoede, meergodendom, het kasten systeem, vervolging, verstedelijking, en de status van vrouwen in de samenleving zijn bijvoorbeeld zaken waar kerken in India dagelijks mee te maken krijgen. De kerken moeten zich een delicaat evenwicht eigen maken; gevoelig zijn voor andere religieuze en sociale tradities, maar tegelijk standvastig zijn in hun geloof en waken voor syncretisme (vermenging van religies, red.). Kerkleiders moeten, terwijl ze gericht zijn op Jezus Christus, ook oog hebben voor de ontwikkeling van hun land. Daarom is het belangrijk dat zij deelnemen aan plannen en programma’s die gericht zijn op de ontwikkeling van hun kerkleden en hun land.”

 

PS Vanwege de situatie in India, vertonen we geen foto’s van de familie.